In talloze huishoudens worden de moestuintjes al groener en groener. Want groene vingers hebben we in Nederland. Tijd om eens wat meer aandacht te besteden aan kiemgroenten (zoals alfalfa) en kerssoorten (zoals water- en tuinkers). Ze zijn lekker pittig; heel smakelijk in salades en koude soepen, op brood of als garnering. 

Anders dan de meeste groenten, die hun vitaminen beginnen te verliezen zodra ze zijn geplukt, blijven kiemgroenten groeien en voedingsstoffen vormen. Het gehalte aan vitamine C neemt wel 600 keer toe wanneer een boontje begint te kiemen. 

Vader van alle voedsel

Alfalfa betekent letterlijk ‘vader van alle voedsel’. Het zijn de spruiten van het luzerneklaverzaad. Verse alfalfakiemen zijn rijk aan vitamine C en ijzer, en bevatten een kleine hoeveelheid foliumzuur en zink. Alfalfa heeft een fris pittige smaak. Het wordt veel gebruikt als garnering bij koude voorgerechten. Een andere bekende kiemgroente is taugé. Ze groeien uit het mungboontje. 

Kerssoorten

Waterkers, tuinkers en diakonkers (plantjes van de diakonwortel, beter bekend als rettich) zijn kerssoorten. Qua voedingswaarde zijn ze vergelijkbaar met kiemgroenten. Kerssoorten zijn de piepjonge plantjes van pas ontkiemd zaad. Waterkers is een waterplant die in koud stromend water groeit. De donkergroene blaadjes hebben een wat scherpe, peperachtige smaak. De blaadjes zijn rijk aan vitamine C, en verder aan vitamine A en kalium, calcium, magnesium, vitamine B2 en B6 en fosfor. 

Zelf kiemen

Zelf kiemen is leuk. Daar zijn speciale glazen potten voor te koop, maar het lukt ook prima in een jam- of weckpot waar de deksel vanaf is gehaald. Bijna alles is mogelijk, zelf heb ik geëxperimenteerd met noten, ongeroosterde sesam, zonnebloempitten, prei, radijs, peen. Ik neem alleen biologische zaden, want deze zijn niet te behandeld met chemische middelen. Beschadigde of verkleurde boontjes doe ik weg en ik gebruik alleen droge zaden. Met de moestuinenhype is het is leuk om de gangbare zaden te verkopen, eventueel met de speciale kiempotten. 

Kieminstructie

1. Eerst moeten de bonen of zaden geweekt worden. Spoel een eetlepel bonen/zaden onder stromend water af en doe ze in een kiemglas (of jampot). Giet er ruim, lauwwarm water op. Dek de pot af met een katoenen lapje of lichtfijn gaas, dat wel water en lucht doorlaat, maar de zaden of bonen niet. Het lapje houdt u met een elastiek op zijn plaats. Laat dit enige uren weken, afhankelijk van de soort;
- de kleinste vier tot zes uur (tuinkers, alfalfa, sesamzaad);
- middelgrote acht uur (fenegriek, gierst, zonnebloempitten);
- grote twaalf uur (linzen, mungbonen).
2. Na het weken het water eruit laten lopen.
3. Zet de pot warm en in de schaduw weg. Bij extreme temperaturen kiemen de boontjes/zaden niet, en fel zonlicht maakt ze bitter.
4. Spoel de kiemspruiten tweemaal daags voorzichtig in lauwwarm water. Twee tot zes dagen later zijn ze klaar voor gebruik. Natte of kleurloze kiemen die muf ruiken zijn af te raden.
 

Auteur: Judith Witte

© vakblad Vers-inspiratie - een uitgave van b2b Communications BV - (026) 370 00 27 - Publicatiedatum: 25 April 2016

Copyright 2019 vers-inspiratie.nl | All Rights Reserved | vers-inspiratie.nl

Vers-inspiratie is een project van b2b Communications. Powered by Wallbrink Crossmedia Groep

Advertentietarieven | Privacystatement | Email saskia@b2bcommunications.nl