Voedselveiligheid is een term om de veiligheid of onveiligheid van voedsel aan te geven. Voedsel kan besmet zijn met ziekmakers, schadelijke stoffen of productvreemde materialen.

Omschrijving

De voedselveiligheid in ons land staat op een hoog peil, maar 100% veilig voedsel bestaat niet. Om de risico’s te beperken bestaan er heel wat regels waar mensen die voedsel verwerken aan moeten voldoen.
Ziekmakers

In ons eten kunnen ziekmakers zitten, zoals bacteriën, virussen of parasieten. Deze zijn niet met het blote oog te zien en ook kun je ze niet proeven of ruiken. Ze kunnen zorgen voor een voedselinfectie of een voedselvergiftiging en kunnen klachten als misselijkheid, braken en diarree veroorzaken. Voor het overgrote deel gaat dit vanzelf over. In uitzonderingsgevallen kunnen voedselinfecties ook ernstige gevolgen hebben zoals een hersenvliesontsteking, acuut nierfalen (HUS) of een miskraam bij zwangeren.

Bekende voorbeelden van ziekmakende bacteriën zijn Salmonella, E. coli (EHEC), Listeria en Campylobacter.

Virussen kunnen ook een voedselinfectie veroorzaken en zijn vaak zeer besmettelijk. Een bekend voorbeeld is het norovirus.

Ook parasieten kunnen zorgen voor een voedselinfectie. Vooral de parasiet Toxoplasma gondii is een bekend voorbeeld. Deze kan zitten in rauw vlees of in de ontlasting van katten. Daarom geldt voor zwangeren het advies om geen rauw vlees te eten.

Een groot deel van de voedselinfecties vindt thuis plaats. Door aandacht te besteden aan hygiëne tijdens het kopen, wassen, scheiden, koelen en verhitten kan een voedselinfectie worden voorkomen. Zwangeren, kleine kinderen, ouderen en mensen met een verminderde weerstand zijn extra gevoelig voor ziekteverwekkers.
Schadelijke stoffen

Alle stoffen waar je te veel van binnenkrijgt zijn schadelijk voor de gezondheid. Sommige stoffen zijn bij kleine hoeveelheden al giftig en andere stoffen pas bij zeer grote hoeveelheden. In de wet zijn voor bijna alle mogelijk schadelijke stoffen afspraken gemaakt van hoeveel je van een stof binnen mag krijgen. Deze regels zorgen er voor dat je niet te veel van deze schadelijke stoffen binnenkrijgt. Als het gaat om schadelijke stoffen in je eten, dan kun je er vanuit gaan dat je eten veilig is.

Voorbeelden van schadelijke stoffen zijn:

  • Dioxines en PCB’s. Deze kunnen zitten in vette dierlijke producten. Door gevarieerd te eten krijg je niet teveel binnen
  • PAK’s. Deze kunnen ontstaan bij verbranding. Door veilig te barbecueën en te frituren kun je voorkomen dat je zo min mogelijk in aanraking komt met PAK’s.
  • Zware metalen zoals cadmium, kwik, lood en tin. Gezondheidsproblemen door zware metalen komen in Nederland bijna niet voor.
  • Acrylamide. Deze stof kan ontstaan bij een te hoge verhitting van zetmeelrijke producten zoals aardappelen. Door gevarieerd te eten en veilig te frituren voorkom je dat je te veel acrylamide binnenkrijgt.
  • Schimmelgifstoffen. Schimmels kunnen gifstoffen aanmaken. Door uitgebreide controles hierop krijg je waarschijnlijk minder schimmelgifstoffen binnen dan schadelijk is voor de gezondheid.
  • Algengifstoffen. Algen kunnen gifstoffen aanmaken en deze kunnen in schelpdieren zoals mosselen terechtkomen. Er wordt hierop gecontroleerd en wordt algengifstof aangetroffen, dan mogen er geen schelpdieren in dat gebied gevangen worden.
  • Natuurlijke gifstoffen zoals solanine, tomatine, agaritine, lectine, glucosinolaten of coumarine.
  • Sommige stoffen in kruiden
  • Cyanide
  • Resten bestrijdingsmiddelen. De regelgeving is streng op het gebruik van bestrijdingsmiddelen. De kans dat je te veel hiervan binnenkrijgt is erg klein.
  • Resten antibiotica. Dieren kunnen antibiotica krijgen als ze ziek zijn. Te veel antibiotica is schadelijk voor de gezondheid. De regelgeving is streng en de kans dat je resten van antibiotica binnenkrijgt is klein. Sommige bacteriën kunnen resistent worden tegen antibiotica. Een voorbeeld hiervan is ESBL.
  • Resten hormonen. In de Europese Unie mogen geen hormonen aan dieren toegediend worden.
  • Resten uit verpakkingen. Verpakkingsmaterialen mogen geen stoffen afgeven aan levensmiddelen die schadelijk zijn voor de gezondheid van de mens.

Productvreemde materialen

In ons voedsel kunnen soms onbedoeld vreemde materialen voorkomen zoals stukjes glas of stukjes metaal. Deze horen er niet in thuis. Bij de verwerking van voedsel zijn er regels waaraan voldaan moet worden om te voorkomen dat zulke productvreemde materialen in ons voedsel terechtkomen.

Allergenen

Sommige mensen hebben last van een voedselovergevoeligheid. Zij kunnen klachten krijgen van bepaalde stoffen in het voedsel. De Europese Unie heeft bepaald dat de stoffen ( allergenen) die de meeste overgevoeligheidsreacties veroorzaken op het etiket vermeld moeten worden.

Additieven (E-nummers)

E-nummers zijn stoffen die aan voedingsmiddelen worden toegevoegd om ze te verbeteren, bijvoorbeeld om de houdbaarheid ervan te kunnen garanderen.Veilige toevoegingen krijgen van de overheid een E-nummer. Het is een garantie die aangeeft dat de overheid de stoffen gecontroleerd en veilig bevonden heeft. Ook biedt een E-nummer de zekerheid dat je er niet te veel van binnenkrijgt.

© voedingscentrum - Publicatiedatum: 18 February 2016

Copyright 2020 vers-inspiratie.nl | All Rights Reserved | vers-inspiratie.nl

Vers-inspiratie is een project van b2b Communications. Powered by Wallbrink Crossmedia Groep

Advertentietarieven | Privacystatement | Email saskia@b2bcommunications.nl